Uncategorized

Man & Schaar – blog #9

Negen euro vijftig

Enkele weken geleden werd ik aangereden. Ik stond vlak voor mijn zaak voorgesorteerd om af te slaan, maar een bestelwagen achter mij had dat niet gezien en ging er vol bovenop. Gelukkig heeft mijn buurman een schadeherstelbedrijf en kwam ik zelf met de schrik vrij.

Gistermiddag sprak ik mijn buurman weer even en we hadden het over elkaars bedrijf, de successen en de moeilijkheden. Hij zei: “Meneer Beers, of Hans moet ik zeggen, als ik u nu vertel dat de ANWB (verzekeraar) hun schades hier laat herstellen voor een gemiddelde vergoeding van 950 euro per auto. Meer krijg je niet. Weet u nog hoe hoog uw schade was?” Mijn bumper was kapot, een achterlicht ook, er moest wat uitgedeukt en overgespoten worden. “3850,= euro” zeg ik. “Ja, precies,” antwoordde hij, “en dan hebben we heel normaal gerekend. Maar dat zou betekenen dat, wanneer deze schade verzekerd was bij de ANWB, we nog drie andere schadeauto’s geheel gratis zouden moeten herstellen.”

Ik zat nog eens wat door te kauwen op die mededeling. En toen dacht ik: dat is toch eigenlijk te gek voor woorden. Die verzekeraars hebben zoveel macht, ze knijpen elke garage uit. En in andere sectoren zal het niet anders gaan. Take it or leave it, buigen of barsten.

Dat is het voordeel van je te verenigen, hoor ik je zeggen. Met z’n allen sta je sterk en kan je lage prijzen afdwingen. Tja. Wat fijn dan dat de klanten van ons kappers zich nog niet verenigd hebben. Want stel je voor dat er een Vereniging van Kappersklanten zou opstaan, met 3 miljoen leden, en die zou tegen jou zeggen: onze leden willen best bij jou komen, maar we betalen 9,50 euro per klant. Maakt niet uit wat voor behandeling ze krijgen: knippen, kleuren, permanenten, we betalen negen euro vijftig. Zou je, knarsetandend, met zo’n vereniging in zee gaan?

Anderzijds is het geen geheim hoe salons zich verenigen en bij leveranciers van kappersproducten ongelooflijke kortingen afdwingen. Twaalf euro voor een tube verf? Wij betalen je drie!

Vrijheid, blijheid. Iedereen is vrij om zich te organiseren en onderhandelingen met leveranciers aan te gaan. Uit mijn muziektijd weet ik nog hoe dat ging in de CD-verkoop. Een CD werd gemiddeld voor 10,50 euro inkoop aan de winkel geleverd, die hem voor pakweg 21,00 euro aan de consument verkocht. Maar toen kwam de firma Bol Punt Kom. Ze wilden jouw CD wel in hun assortiment opnemen, maar ze betaalden hooguit 5 euro. Tjaaaaa, wat doe je dan???

Andersom proberen leveranciers natuurlijk weer afnemers binnen te halen, met kortingen, met shows, reisjes, verzin het maar. Een collega was eens in onderhandeling met enkele kappersmerken voor een nieuwe deal. Wella, Keune, Schwarzkopf… Gekscherend zei ik: ga met Schwarzkopf in zee, dan kan je ook nog eens een Coiffure Award winnen. Zijn antwoord…? Ik durf het hier niet op te schrijven.

Leven en laten leven, zeg ik altijd. Iedereen moet in staat zijn een fatsoenlijke boterham te verdienen, door een produkt of dienst te leveren tegen een faire prijs. En trouwens, als een grote afnemer bij een leverencier het onderste uit de kan weet te halen, dan moet die leverencier dat weer gecompenseerd zien te krijgen bij een andere afnemer. Oftewel, de kleinere afnemers betalen de rekening. En zo krijg je in alle Nederlandse winkelstraten de bekende ketens, omdat er voor een kleine zelfstandige ondernemer niet meer tegenop te boksen is.

Gelukkig rijdt mijn auto weer perfect en is er niet aan te zien dat hij een zoentje van achter heeft gehad.

© HansBeers.com

img_3067schadeav800t

Man & Schaar – blog #8

Fotografie – tips voor kappers

Regelmatig tonen kappers hun werk op social media. Ze zijn trots op hun werk en wilen dat graag laten zien. Heel goed. Leuk. Maar…

Ik zal het simpel houden. Trouwens, ik ben zelf ook geen professioneel fotograaf. Het gaat er om dat je snel redelijke foto’s maakt die bovendien representatief zijn. Want een mooi kapsel op een verschrikkelijke foto, dat werkt niet.

Om te beginnen mijn 3 eikenhouten tips:

  1. fotografeer zonder kapmantel (FOTOGRAFEER ZONDER KAPMANTEL!!!);
  2. laat je model even staan, zodat je niet bovenop het hoofd kijkt;
  3. plaats je model voor een rustige achtergrond; als jouw model middenin de salon staat met overal afleidende voorwerpen en attributen, dan komt het kapsel niet over.

 Het mooist is het als je ergens in de salon een rustige wand hebt om even voor te staan. Er zijn salons die speciaal hiervoor een banner hebben hangen met hun logo er op. Als je dan een foto maakt, of de klant maakt een selfie, dan fotografeer je automatisch jouw logo mee, wat natuurlijk prettig is als de foto via Facebook verspreid wordt.

Ik heb wel eens de volgende fotografie-tip gelezen: ga dichterbij, en als je dichterbij bent ga je nòg dichterbij. Kortom, probeer flink in te zoomen. Het is niet erg als gedeeltes van het kapsel buiten de foto vallen. Je kan dat ook doen via een fotobewerkingsprogramma op de computer: croppen, uitsnijden.

Even een kanttekening daarop: heel erg dicht met je camera op een model gaan staan werkt niet. Het model wordt nerveus en de foto wordt vertekend. Het is een beetje technisch, maar iedereen weet waarschijnlijk wel dat wanneer je met je lens bovenop iemands gezicht staat je een joekel van een neus krijgt. Je fotografeert teveel in groothoek. Beter is het dus om een beetje afstand te houden en een zoomlens te gebruiken. Vaak wordt een 50mm-lens voor portretten aangeraden, maar ik werk bij voorkeur met een 70-200mm lens (op een fullframe camera; camera’s die niet fullframe zijn vergroten zelf al iets en dan is een zoomlens tot bijv. 135mm meer dan voldoende); dan kan je op een afstand van 3 à 4 meter nog heel goed inzoomen, terwijl het model zich niet bekeken of bedreigd voelt.

Heel erg belangrijk is de belichting. “Fotografie” betekent letterlijk: “schrijven met licht”. Het gaat om licht.

Rechtstreeks flitsen is vaak niet mooi. Je portret slaat dood, je elimineert alle natuurlijke schaduwen, de zachtheid verdwijnt en dan krijg je vaak ook nog zo’n lelijke harde schaduw op de muur.

Fotograferen met daglicht is prachtig, maar dan moet dat maar net voldoende voorhanden zijn.

Handiger is het gebruik te maken van wat eenvoudig studiolicht. Studio-apparatuur is er juist voor bedoeld om jou niet afhankelijk te maken van het licht dat er toevallig op dat moment is. Je creëert jouw eigen licht.

Soms is één studioflitser al genoeg om een model mooi aan te lichten. Bijgaand voorbeeld heb ik geschoten met één lamp. Soms is een tweede of derde lamp mooi, maar nodig is het niet. Maar, natuurlijk, met meer lampen kan je andere manieren van belichten toepassen.

Om te beginnen: een studioflitser is niet ingewikkeld. Schaf een setje aan en ga een beetje experimenteren. Ik laat de lampen vaak gewoon in de salon staan, zodat ze onmiddellijk ingezet kunnen worden als daar aanleiding voor is.

Als je een setje zou willen aanschaffen, neem dan niet de goedkoopste. Je krijgt dan problemen met de oplaadtijd, de temperatuur van het licht, gammele statieven, etc. Vaak kan je rond de 1000 euro (inclusief BTW) een prima setje kopen, waar ook twee statieven en softboxjes bij zitten, eigenlijk meer dan voldoende om prima mee te werken.

Kwa opstellingen:

1. ik vind het vaak heel leuk om het model voor de muur te zetten en met één lamp aan te lichten, ietsje schuin van voren. De schuine schaduw achter het model vind ik vaak wel wat hebben; op de voorbeelden die ik hieronder plaats zie je dit;

2. je kunt je model ook iets naar voren halen, met één lamp aanlichten, terwijl een andere lamp de achtermuur aanlicht; dan krijg je geen schaduw op de muur, en je model komt vrij te staan, los van de achterwand;

3. de tweede lamp laat je van hoog/schuin/achter op het haar schijnen, een “haarlichtje” of “toplichtje”; dan krijg je een mooie glans bovenop het hoofd.

Meer variaties ga ik niet vertellen, want dan wordt het een veel te ver gaande fotografiecursus, die er maar voor zorgt dat lezers afhaken. Doceren is doseren, zal ik maar zeggen.

Het model: iemand die het niet gewend is, is vaak erg zenuwachtig voor de camera. Hoe moet je staan en hoe moet je kijken?

Ik laat mijn modellen (klanten) meestal gewoon recht staan, soms ietsje schuin gedraaid, en geef ze vervolgens een paar kijkrichtingen aan. Kijk even naar die klok, kijk even naar de buitendeur, etc. Lachen hoeft niet, kijk maar neutraal. Er zijn maar weinig mensen die met een heerlijke ontspannen lach op de foto gaan. Dan maar liever een neutrale blik. Fotografeer even een paar verschillende poses, maak rustig 20 tot 30 opname’s, dan gaat de spanning voor jouw model er een beetje af. Als je een bepaald detail van het kapsel wilt vastleggen, zorg er dan voor dat dat goed in beeld (en in het licht) komt. Probeer tijdens het fotograferen vooral wat rust te creëren, want als je zelf nerveus of gehaast bent wordt de foto ook meestal niets.

Tot slot, op de computer zoek je de beste opname uit en, als je daar mee kunt werken ga je de foto nog een beetje oppoetsen. Soms moet je de belichting en de kleur wat bijstellen, soms het contrast, misschien wil je iets retoucheren (een pukkeltje, of een haartje dat op de neus is blijven plakken, etc.). Nogmaals: snijd de foto uit, dus laat veel van de omgeving weg, dan wordt het beeld alleen maar sterker. En helemaal tot slot: doen, doen, doen, oefenen, uitproberen, oefenen, uitproberen… Het is een vaardigheid die je niet in één keer machtig bent. Übung macht dem Meister, oefening baart kunst. Succes!

© HansBeers.com

P.S. Dat je ook een geschikte camera aanschaft was waarschijnlijk al duidelijk. Liefst een spiegelreflex; dan kijk je door de lens. Soms kan je met je telefoon ook hele mooie foto’s maken, maar meestal niet. Wees kritisch. Je maakt een mooi kapsel, dat wil je ook mooi presenteren.

P.S.2 Je mag me altijd dingen vragen, als het niet helemaal duidelijk is of wanneer je ergens op vast loopt.

In de bijlage: gewoon een klant van mij, Linda. Ik had zoveel werk aan het haar gehad, dat ik vond dat het wel even op de foto mocht. Vaak maak ik twee versies van het kapsel, een rustige en een “wilde”, die ik dan allebei fotografeer.

linda_comp800t

Man & Schaar – blog #7

Educatie, of trainen

Eigenlijk is ‘trainen’ een raar woord. ‘Oefenen’ zou je ook kunnen zeggen. Of gewoon ‘leren’, ‘aanleren’. Educatie is grofweg het aanleren van kennis en vaardigheden. En eigenlijk is dat de eerste verantwoordelijkheid van de opleiding. Maar, net als bij het halen van je rijbewijs, wanneer je het papiertje hebt begint het pas echt.

Het is ook het ontwikkelen van je talenten. En het bereiken van je doelen. En nu hebben we het ineens over passie, dedication (toewijding, maar ook: missie, jouw opdracht). Het is niet verkeerd om daar eens bij stil te staan. Het worden van kapper is tenslotte niet zomaar iets. Als je besluit om kapper te worden kies je voor iets groots!

We laten de meester aan het woord:

“Hairdressers are a wonderful breed. You work one-on-one with another human being and the object is to make them feel so much better and to look at themselves with a twinkle in their eye.”

“I think that as good architecture enhances a city, a good cut enhances the definition and expression of a face.”

Jawel, deze kapper heeft nagedacht. Maar dit zijn dan ook de wijze woorden van de wereldberoemde Vidal Sassoon, de held van ons vak.

En nu een uitspraak uit een andere hoek, van een acteur (maar ook niet de eerste de beste):

“To know what you want, to understand why you’re doing it, to dedicate every breath in your body to achieve… If you feel you have something to give, if you feel that your particular talent is worth developing, is worth caring for then there’s nothing you can’t achieve.” – Kevin Spacey

Wat is dat mooi gezegd! Maar nog niet zo makkelijk. Laten we de eerste drie stukjes nog eens op een rijtje zetten:

1. weten wat je wil
2. begrijpen waarom je het doet
3. elke ademtocht in je lijf eraan wijden om dit te bereiken

Weten wat je wil en begrijpen waarom je het doet. Tja… Waarom zou je voor dit prachtige vak kiezen? Vidal Sassoon heeft het prachtig geformuleerd: je wilt iemand anders zich beter laten voelen en je weet dat een goed kapsel de definitie en uitstraling van een gezicht kan verbeteren. Maar dat is vast niet wat jij in gedachten had toen je je inschreef voor de kappersschool.

Klein stapje terug: weten wat je wil. Ik heb wel eens iemand horen zeggen:

“Je kan wat je wil. (Maar je moet niet willen wat niet kan.)”

Ik heb dat zelf ervaren. Ik besloot op mijn 48e om kapper te worden. Ik had aanleg en was enorm gemotiveerd; het ging dan ook prima. Na enkele jaren dacht ik: ik zou willen dat foto’s van mijn werk publicabel waren. En weer enkele jaren later stonden mijn kapsels gepubliceerd over de hele wereld. Het kan!

De persoon van bovenstaande uitspraak (Guus Rekers) had het vervolgens over ‘de stoffering van je argumenten’. Dat is dus begrijpen waarom je het doet, maar dan net even anders gezegd.

Na mijn kappersopleiding (hairstylist I en II) was ik helemaal niet tevreden. Ik kon wel een beetje knippen (dat kon ik al voordat ik mij inschreef bij de kappersschool), maar ik had niet het gevoel dat ik tijdens de opleiding veel geleerd had. Toen zag ik een foldertje van de B Academy: The Complete Hairstylist. Op naar de informatiedag, vervolgens voorknippen, aangenomen, en dan doen! Deze opleiding was vergeleken met de traditionele kappersschool hemel op aarde. Een half jaar lang twee dagen per week pure inspiratie, eindigend met het maken van een moodboard en een heuse photoshoot. Toen voelde ik mij pas echt kapper!

Maar het smaakte naar meer. De mogelijkheden in Nederland waren beperkt. Ik deed wel enkele nuttige opleidingen bij Sebastian en L’Oréal. Maar de volgende boost kwam toen ik mij aanmeldde bij de Sassoon Academy in Londen. That’s the place to be! Ik ben daar zeker een keer of zes geweest, steeds een hele week, volledig ondergedompeld in “the art of cutting hair”.

Inmiddels zijn er steeds meer mogelijkheden in eigen land om je kennis en vaktechniek op te krikken. Ik blader juist op dit moment door de Educatie Brochure van Wella 2017. Niet zonder trots kan ik melden dat ik er ook in sta, met drie verschillende trainingen. Maar ik weet dat andere merken ook een heel curriculum hebben. Maak daar gebruik van!

Vaak kom je bruisend van enthousiasme van zo’n training terug. Je ziet weer nieuwe mogelijkheden, je bent weer geïnspireerd. Soms hoor je misschien een opmerking waarvan je later denkt: “Aaahhh, zo zit dat dus!” Het kwartje kan weken later vallen. Maar ineens zit je dan toch op een hoger level. Er gaat een wereld voor je open.

Ik kom nog even terug op het derde element uit het citaat van Kevin Spacey: “…to dedicate every breath in your body to achieve….” Het Nederlands heren volleybalteam was enige jaren geleden zeer succesvol en won tijdens de Olympische Spelen in Barcelona (1992) zilver. De toenmalige coach, Arie Selinger, werd gevraagd of hij de volgende keer goud zou halen. Zijn antwoord:

“Het interesseert mij niet of we goud of zilver halen, of welke prijs dan ook. Het enige wat mij interesseert is of die ene set-up goed is.”

Oftewel, hij focuste zich volledig en uitsluitend op de perfectie van elk kleinste onderdeel van zijn sport. En dan zal je aan het eind van de rit wel zien of je een prijs wint of niet. Het gaat om het perfectioneren van elk detail. Trainen dus, steeds maar blijven trainen. Die set-up, die moet perfect zijn. Naar ons vak vertaald: als jij midden in de nacht wakker gemaakt wordt knip jij de perfecte bob. Zonder na te denken. Gewoon, omdat je het eindeloos geoefend hebt.

Trainen dus. En educatie.

© HansBeers.com

_mg_0835avt_800

Foto: trainer tijdens een demo op de Sassoon Academy, Londen © HansBeers.com

Man & Schaar – blog #6

Wedstrijden

Er is een uitspraak van een beroemde componist (Béla Bartók) die zegt: “Competitions are for horses, not artists”. Oftewel, het creatieve proces is niet iets dat zich leent voor wedstrijden. Je vergelijkt tenslotte appels met peren. Waarom zou de Nachtwacht van Rembrandt beter zijn dan… ik noem maar wat, De Kus van Rodin?

Kapsels vallen voor mij onder beeldende kunst. Het materiaal is haar, maar verder is het net zo beeldend als verf op papier, of linnen, het werken met hout, glas, brons, klei, you name it. Je werkt met vorm en kleur. Het leuke van een kapsel is dat het zich meestal op het hoofd van iemand bevindt.

Waar het om gaat is: hoe creatief is de maker en hoe vernieuwend is het kunstwerk? Een onderwerp kan vaker verbeeld worden. De hierboven genoemde Kus (van Paolo en Francesca da Rimini), gemaakt door Rodin, is ook al te zien bij William Dyce. Een totaal andere kus zie je weer bij een leerling van Rodin, Constantin Brancusi. Je moet ze zelf maar even googelen. Een kus, is een kus, is een kus, maar dan telkens weer anders.

Als je iets maakt, of het nu voor een wedstrijd is of niet, dan probeer je (als creatieveling) iets te maken dat uniek is. Niet afgekeken, niet gekopieerd (want dat is plagiaat). Je maakt iets oorspronkelijks, je geeft een eigen versie van iets.

Maar goed, wedstrijden dus. Ik werd gevraagd te jureren bij de Wella TrendVision Award. En het leuke van deze wedstrijd is dat je de hele dag alle kandidaten kunt volgen. Je kunt zien wat het moodboard is van waaruit ze werken. Je kunt zien met welk model ze binnen komen. Hoe ze te werk gaan, hoe de technische vaardigheden zijn, de afwerking, en last but not least, het eindresultaat. Het is een nerveuze toestand en er kan er maar één winnen. Dus uiteindelijk geef je de meeste punten aan één van de kandidaten. Gelukkig heb je collega-juryleden die ook een mening hebben en dan blijkt wel wie de hoofdprijs krijgt.

Ik vind: je moet doen wat je kan (natuurlijk, je moet nooit doen wat je niet kan, want dat kan je immers niet), je doet het zo goed mogelijk en dan heb jij laten zien wat je waard bent. Over het algemeen: maak af en toe eens iets “om het eggie”. Dat kan een wedstrijd zijn, maar ook een photoshoot. Een collectie zelfs. Ik ga nog een keer iets schrijven over het maken van collecties.

Waarom is het belangrijk om af en toe iets te maken om het eggie? Je daagt jezelf uit. Je gaat eventjes tot op de bodem en naar de toppen van je kunnen. Je moet iets neerzetten dat artistiek de moeite waard is èn technisch helemaal tip top. Natuurlijk heb je al lang gewerkt aan jouw stijl, je weet wat voor soort werk je wilt maken en de techniek heb je in je vingers. Je zult niet iets voor het eerst uitproberen wanneer het voor een serieuze krachtmeting is. Hoewel, sluit niet uit dat dat toch kan gebeuren. Vidal Sassoon heeft over zijn wereldberoemde Five-point gezegd: ik deed gewoon maar iets. Dat kan ook. Maar dan ben je wel redelijk geniaal.

Kom ik bij mijn conclusie, die sterk overeenkomt met het motto van de Olympische Spelen: het meedoen is belangrijker dan winnen. Maar mijn argument is anders: door het meedoen groei je. Je daagt jezelf uit en je komt verder. En wie er wint… ach, is niet belangrijk. Jij hebt gewonnen, in alle gevallen!

© HansBeers.com

wtvcompat072

P.S. Kijk hieronder voor een video-verslag van de Wella TrendVision 2016 Award op Nickelodeon (Joy & Bart):
Joy & Bart – aflevering 16 – Haarshow

Man & Schaar – blog #5

De zelfkleurders

Ik ben altijd een beetje verbaasd over die collega’s die zo kunnen foeteren op de zelfkleurders. Je weet wel, pakje van het Kruidvat.

Hele verhalen over hoe de kleur helemaal mislukt was, hoe het haar helemaal naar de filistijnen was, één bonk pluis, knaloranje, of groen. Stro. Vul maar in.

“En dan mogen wij het weer opknappen!”

Alsof ze een hekel hebben aan hun werk! Het is toch prachtig, als jij dat weer mag opknappen???

Ik snap het wel, die zelfkleurders. Kijk eens naar het prijsverschil! En soms is het ook een tijdkwestie. Uren zit je in de kapsalon. En als je het zelf kunt, dan doe je dat toch? Eventjes ‘s avonds je uitgroei bijwerken, terwijl je naar… weet ik veel zit te kijken.

Ik geef mijn klanten dan ook rustig een kleuradvies, ook als ze thuiskleuren. Veelal raad ik ze aan om dan wel professionele verf aan te schaffen. De groothandels mogen het niet, maar verkopen toch vaak aan particulieren. Ik ken zelfs een gerenommeerde (!) kappersketen die hun verf verkoopt aan klanten. Zodat die zelf thuis aan de slag kunnen.

Waarom zou het niet mogen, dat zelfkleuren? Als je handig bent…? Er zijn mensen die hun eigen huis schilderen, een kamertje behangen. Moeten dan alle professionele schilders in opstand komen? Er zijn ook mensen die hun eigen kleding maken. Er zijn zelfs mensen die hun eigen eten koken! Moeten dan alle koks in opstand komen? Kijk eens wat een smakeloos prutje, lijkt nergens naar! Alsof koken geen vak is! Laat ze toch gewoon naar een professioneel restaurant komen, daar zijn wij toch voor?!

Of, ben ik dan geneigd die verontwaardigde kappers en kapsters voor te houden, is het jou nooit gebeurd dat je iets moest repareren aan de waterleiding? Er moest een nieuw kraantje gemonteerd worden en ook een nieuw pijpje gefit. Je kijkt naar je soldeerspulletjes. Racet naar de bouwmarkt, meestal net voor sluitingstijd. En vol goede moed ga je bij matig licht aan de gang.

Het lukt niet helemaal. Sterker nog, het wordt van kwaad tot erger. Ten einde raad bel je de volgende dag de loodgieter. Want die bestaan! De goede man zit tot over zijn oren in het werk, maar, noodgeval, hij maakt wel even tijd voor jou vrij. Wat wil je nu dat hij zegt? Ja, had er dan ook van afgebleven! Loodgieterswerk is vakwerk, niet voor amateurs! En nu mag ik het weer opknappen! Is dat wat je wilt horen?

Nee, je wilt horen: maakt u zich geen zorgen mevrouwtje. Dit komt helemaal voor de bakker. Ik zal dat snel eens eventjes voor u fixen! Dat wil je horen! En de loodgieter heeft er weer een klant bij voor het leven.

© HansBeers.com

Man & Schaar – blog #4

Kappersangst

Ooit moet het mis gegaan zijn. Een te korte pony waarschijnlijk. Hoe ongelukkig kan je zijn van een te korte pony? Je zou hem wel langer willen trekken….!

Kennen we dat? Kappersangst?
Af en toe krijg ik iemand in de zaak met deze ‘aandoening’. Meestal komen ze van ver, omdat iemand hen heeft gewezen op mijn geduld en luisterend vermogen.

Het record staat op 27 jaar. Zo lang was ze al niet naar de kapper geweest, deze Monique. Het haar was lang, grijs en zat in een soort knotje. Ik mocht alles doen, als het maar lang bleef.
Ik ontvouwde het knotje en zag een armzalig bosje haar, voor een groot deel ter hoogte van de kaak afgebroken.
Nou, zeg ik, we kunnen twee dingen doen. Ofwel je wilt het lang houden, en dan moet je het maar snel weer in die knot doen en zijn we klaar. Ofwel ik ga het knippen, maar dan wordt het toch minimaal kaaklengte.
Het was nog een artistiek mens ook, actrice, interesse voor kunst.
Nou goed, dan moest het maar geknipt worden. En dan gelijk maar gekleurd ook.
Na even praten kwamen we zelfs op een asymmetrische bob, met drie kleuren!
Maar ze vond het erg eng en wou zichzelf tijdens het proces niet in de spiegel zien.

Ik draaide haar om en ging aan de slag.
Toen het klaar was draaide ik haar terug en….

Minutenlang staarde ze in de spiegel. Ben ik dat??? Maar wel mooi!!! Ben ik dat???
Dat ging minstens een kwartier zo door. Totdat ik zei: weet je wat, ik moet eigenlijk weer door. Ga maar naar huis, probeer er aan te wennen, kijk wat anderen er van vinden. En bel me na het weekend maar op als het niet goed is.

Dinsdagochtend. Telefoon. Met Monique… Ik ben toch zaterdag bij u geweest? Alsof ik dat niet meer wist. Ojee, nu zal je ‘t hebben.
Ik wil je even laten weten dat ik toch zó gelukkig ben…..

© HansBeers.com

Man & Schaar – blog #3

K-APP-ertje

M’n aandacht werd vanmorgen gewekt door een artikel in de Volkskrant over de eerste robot met levende cellen. Er was een kleine rog nagemaakt, met rattenhartcellen voor de voortbeweging. Die cellen reageren op licht en daardoor ging het robotvisje zwemmen.

Een dag eerder zag ik op TV de eerste robot in het onderwijs. Een klein schattig robotmensje dat, gezeten op de grond, aan enkele peuters Engelse les gaf: Wan, Toe, Trie.

De mens wordt langzaam maar zeker overbodig.

Hoe zit dat in het kappersvak? Dat kan nooit, hoor ik u denken. Nooit? Er wordt al met of door middel van robotarmen geopereerd. Hele robotstraten zetten auto’s in elkaar, waar nauwelijks nog een mensenhand aan te pas komt. Klassieke standbeelden worden nagemaakt door robots. In het laatste geval las ik dat uiteindelijk echte kunstenaars de beelden nog ‘tot leven moeten brengen’. De bezieling komt nog niet uit de robot.

We leven in een digitale wereld, waarin alles op afstand kan worden aangestuurd en uitgevoerd. Niet voor niets heb ik enkele jaren geleden al de domeinnaam ‘knippenonline.nl’ gereserveerd. Gek? Kon je je tien jaar geleden voorstellen dat er een driedimensionale printer zou komen? Ze maken nu overuren en printen voornamelijk nieuwe driedimensionale printers. De eerste robots kregen onlangs trouwens hun eerste robotkindje, door driedimensionale printers in elkaar gezet en voorzien van hun ‘gemeenschappelijk DNA’.

Op de lagere school (dat is in mijn geval al wat jaartjes terug) maakte onze leraar in de zesde (is nu groep 8) een grapje over een scheerautomaat. Een machine met een gat er in. Daar kon je je kin insteken en vervolgens gingen allerlei messen er langs en werd je automatisch geschoren. De eerste keer paste het misschien niet helemaal, maar de volgende keer wel.

Hoe lang zal het nog duren voor we de eerste computergestuurde ‘knipautomaat’ in gebruik zullen nemen? Je steekt je hoofd door een gat en vijf minuten later trek je je hoofd terug, voorzien van de perfecte bob, of welk model je maar had aangeklikt. Dat het niet zo gek is om hierover na te denken blijkt uit een filmpje uit 2012 op YouTube: Robot Barber. Het verdient nog enige verfijning, maar het komt er dus zeker aan! Gewoon, met een appje: k-APP-ertje.

@ HansBeers.com

De link naar het filmpje: Robot Barber

robotbarber

Man & Schaar – blog #2

In 2004 meldde ik mij aan bij de kappersschool. En in 2006 had ik de eerste officiële metamorfose in mijn “zaak”. Drie dochters uit één gezin, samen met hun moeder. Moeder, of oma eigenlijk, was 83 jaar oud.

Bij metamorfoses hoorden foto’s voor en na. Ik zocht contact met een fotograaf. Jawel, hij kon dat wel doen. Maar een uurtje of vier, maal 80 euro, was dat de bedoeling? Deze professional durfde gewoon geld te vragen. Iets wat je in het kappersvak niet vaak ziet. Nee, 320 euro voor de foto’s, dat was iets teveel van het goede.

Dat had hij al gedacht. Maar waarom doe je het niet zelf, vroeg hij. Misschien heb je best een leuk kameraatje en ik help je wel met het licht. Nou… kameraatje… Tja. Oké, ik kocht een wat zwaardere camera (letterlijk) en huurde drie professionele flitslampen, inclusief statieven en kabels. Even een beetje uitproberen. En dan maar op hoop van zegen.

Maar dan moest ik ook nog vier mensen knippen/kleuren. En visagie…? Vier modellen op één avond, dat voorzag ik al, dat zou teveel zijn. Maar… de docente van de kappersopleiding wou wel helpen. Dat was geweldig! En één van de medestudentes was visagiste.

Mijn eerste prooi was Oma Rienks. Lang grijs haar in een knotje. Wat was ze lief. Voor haar hoefde het allemaal niet zo, maar haar dochters leek het zo leuk. Dus… snip, snip, daar ging haar staart.

Het werd een bob, ook nog met een kleurtje. Even rekenen: ze was ooit misschien kleurhoogte 4 geweest; nu 100% grijs; dus 4 tinten lichter: kleurhoogte 8, maar wel koud, dus 8 met 8.1… Moest goed zijn.

En dan nog fotograferen. Jeminee, wat een avontuur! Als ik het zelf mag zeggen? Ze was 83, en ze werd 63. Twintig jaar er af. Wat een vak !!

© HansBeers.com

OmaRienksVoorNa2bv1240T

Man & Schaar – blog #1

Ik denk vaak met m’n vingers. Zo’n stukje zoals ik nu typ… het komt rechtstreeks uit m’n vingers. Ik heb het niet bedacht, m’n handen gaan hun eigen weg.

En zo gaat het ook vaak als ik een kapsel knip. In grote lijnen is het besproken: mag er veel af, of juist weinig, moet het voor lang blijven of achter juist kort, zit er teveel massa in of te weinig volume. Oké, wassen, en gaan.
Dat kan natuurlijk niet zomaar. De klant moet vertrouwen in jou hebben. En weten dat je altijd iets moois aflevert. Zoiets bouw je op, dat kost tijd.
Regelmatig houd ik zogenaamde ‘knipshoots’. Ik laat een model komen, soms een visagiste erbij. Ik maak een kapsel en als de make up klaar is gaan we fotograferen. Heel soms maak ik van te voren een moodboard. Maar ja… Je moet toch eerst dat haar in je handen voelen om te weten wat mogelijk is. Al knippend ontstaan er lijnen en vlakken. Ineens zie je een beweging, een opbouw. Plotseling heb je een compositie.
Ik was eens op weg naar m’n salon en dacht: wat gaan we vandaag in hemelsnaam doen? Ik zag de etalages van de supermarkt gevuld met paaskuikentjes. En toen wist ik het: een paaskapsel! Dominante kleur? Geel.
En dan wijst het weer zichzelf. Een asymetrische bob ontstaat vanzelf, glad of rommelig gestyled, het maakt niet uit. Kleuraccenten. Yesss.

© HansBeers.com

Marjolein180411_0141bvvT1240

Man & Schaar – blog #0

Op 18 jarige leeftijd vertrok ik vanuit de kop van Noord-Holland naar Amsterdam, om rechten te studeren. Ik had VWO gedaan en dan is zoiets als de kappersschool natuurlijk geen optie. Halverwege de rechtenstudie switchte ik naar Conservatorium. Muziek, theater, dat was wat mij trok. Ik werd muziekdocent, pianist, componist, directeur van een muziekschool. En in 1992 startte ik mijn eigen impresariaat. Dan doe je de zakelijke kant voor musici: de onderhandelingen, de boekingen, de productie, de PR. Maar daarnaast ook de inhoudelijk kant: de coaching, het meedenken over nieuwe projecten, CD’s, programma’s.

Het was een leerzame tijd waarin ik veel prachtige dingen meemaakte. Ik mocht meewerken aan programma’s rond Beatrix, Clinton, Mandela, reisde regelmatig naar de USA, zat op het bureau van Blue Note Records in New York, sliep in de residentie van de Nederlandse ambassadeur in Washington. Hard werken, niks verdienen en in 2004 ging het licht uit. Burn out.

M’n andere passie, want die was er dus wel degelijk, was ik zachtjes aan blijven ontwikkelen. Op de studentenflat begon ik met knippen en dat ben ik blijven doen. Ik had er zoveel plezier in dat ik in 2004 besloot er mijn beroep van te maken. Daar ging ik dus, als 48-jarige, naar de kappersschool. Ik volgde ook al trainingen bij L’Oréal en Sebastian. Na de kappersschool ging ik door naar de B Academy. Veel geleerd van een dreamteam: Jeffrey, Marriet, Ilham, Andy. Toen ik de CHS in m’n zak had voelde ik mij pas echt kapper. Maar… ik wou meer. Vanaf dat moment ging ik elk jaar naar Londen, the Sassoon Academy, the place to be.

Mijn kantoor werd mijn salon en ik nam mij heilig voor het rustig aan te doen. De eerste acht jaar deed ik het zonder personeel. Ondertussen ontwikkelde ik wel de fotografie. Want hoe makkelijk is dat? Je werkt met een model, je maakt een kapsel en je legt het vast op de gevoelige plaat.

Ik won met mijn foto’s een wedstrijd bij L’Oréal en een wedstrijd bij Nick Berardi in New York. Eén van mijn foto’s ging als ‘Pic of the Day’ naar 500.000 kappers over de hele wereld (BehindTheChair.com) en vanaf 2014 maakte ik heuse collecties, die vanaf het begin internationaal gepubliceerd werden. De laatste twee collecties zijn zelfs beiden gepubliceerd bij zowel Estetica USA als Estetica UK, naast talloze publicaties in Nederland, Duitsland, Oostenrijk, België, Frankrijk, Engeland, Spanje, Oekraïne. 

Vanaf dit jaar (2016) geef ik trainingen aan vakgenoten. Kniptrainingen op basis van Sassoon-techniek. Maar ook meer richting coaching: welke kapper wil jij zijn. In mijn blogs hoop ik jullie kleine inkijkjes in mijn dagelijks leven te geven. In de hoop dat het entertaint, of misschien zelfs inspireert. Reacties zijn altijd welkom!



© HansBeers.com

kapper1_072dpi